Het energielabel 'nieuwe stijl' dat begin januari moet worden gelanceerd, krijgt nu al kritiek van de Vereniging Eigen Huis, de NVM-makelaars en de Associatie van Energie Prestatie Adviseurs.
De Gooi- en Eemlander meldt dat VEH, NVM en Avepa het nieuwe label 'een gemiste kans' noemen: 'Zo komen er nog steeds altijd sancties op het verkopen van huizen zonder energielabel. Als de koper er niet naar vraagt, kraait er geen haan naar het label.'
Bedrijven die energielabels afgeven voor huizen zitten in de problemen door de impopulariteit van het energielabel, meldde het dagblad Trouw afgelopen zaterdag.
Perfectbouw introduceert op 1 oktober 2008 een nieuw energielabel. Bijzonder aan dit label is dat het huizenbezitters niet alleen inzicht geeft in hoe energiezuinig of -verslindend hun huis is, maar dat het duidelijk inzicht geeft in besparende maatregelen en in de daardoor haalbare maandlastenverlaging. Volgens Perfectbouw was de kritiek van makelaarsorganisaties en consumentenorganisaties, zoals Vereniging Eigen Huis, op het oorspronkelijke verplichte energielabel terecht.
De verkoop van zuinige A+ en A++ koelkasten is in 2007 gestegen tot een marktaandeel van 25%. Vijf jaar geleden was het marktaandeel nog maar 13%. Dat blijkt uit de jaarlijkse cijfers van Milieu Centraal en GfK Marketing Services over trends in de aanschaf van apparaten.
Ruim de helft van de huizenkopers denkt dat het energielabel geen bijdrage levert aan energiebesparing in Nederland
Minder dan 40 procent van de Nederlanders denkt dat de bijdrage van het energielabel aan energiebesparing gering is. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek van onderzoeksbureau EIM Stratus in opdracht van brancheorganisatie VBO Makelaar.
Slechts 37,6 procent van de huizenkopers zegt te letten op de aanwezigheid van een energielabel. Dat is volgens de onderzoekers opvallend want een ruime meerderheid let wel op het energieverbruik van de woning.
Ongeveer 50% van de bestaande woningen in Nederland scoort minder dan het D-label. Als alleen al in de sociale huursector in de E-, F-, en G-woningen maatregelen worden genomen om de energieprestatie tot minimaal D-niveau te verbeteren, is daar 2,3 miljard euro voor nodig. Dit blijkt uit cijfers van SenterNovem, een agentschap van het ministerie van EZ op het gebied van energie en klimaat. De nog steeds stijgende energieprijzen zijn volgens SenterNovem een belangrijke impuls voor de vraag naar energiebesparende maatregelen.
Energiepersbureau Energeia meldt dat SenterNovem met de datsabase voor energielabels bezig is. De gegevens zijn overigewns ook toegankelijk bij het kadaster, maar daar maken consumenten niet zo gauw gebruik van.
Sitemanager Tijn Borms van Funda laat aan Energeia weten de eigen site meteen aan het Senternovem-systeem te zullen koppelen. Dat betekent dat consumenten vanaf april van elk huis dat een label heeft, op Funda kunnen zien wat dat is.
Sinds 1 januari jl is het energielabel verplicht bij de verkoop van een huis (van vóór 1998). Het label laat zien hoe het energieverbruik van het huis is. De NVM steunt het energielabel, maar constateert tegelijk dat de invoering stroef verloopt.
Veel eigenaren zouden de 200 euro voor zo'n label te veel geld vinden.
Acht procent van de bijna 54.000 huizen die zijn voorzien van een energielabel vreet energie. Dat blijkt uit gegevens van SenterNovem. Acht dagen nadat woningen die van huurder of eigenaar veranderen, over een energielabel moeten beschikken, staat de teller op 53.975. Op 31 december stonden er al 52.397 gelabelde huizen geregistreerd. Tussen de 900 en 1500 adviseurs van 150 gecertificeerde bedrijven beoordeelden de woningen.
Het energielabel is sinds 1996 verplicht voor veel elektrische apparaten, voornamelijk witgoed. Personenauto's en lichtbronnen dragen het Energielabel vanaf 2001.
Het label is geen keurmerk, maar een Europees etiket met gebruiksinformatie over het energiegebruik. Er zijn Energielabels in de klassen A tot en met G. Die geven de mate van efficiënt energiegebruik aan. Een apparaat met Energielabel A is het zuinigst met energie, klasse G het minst zuinig.