Voor het eerst heeft een drijvende Megawatt-windmolen elektriciteit geleverd. Siemens en het Noorse StatoilHydro willen met het onderzoeksproject Hywind, dat 8 september 2009 officieel werd gelanceerd, aantonen dat windmolens op zee een bijdrage kunnen leveren aan de netvoeding. Het project heeft een proeftijd van 2 jaar.
Het idee om een turbinemast vast te zetten op een vlotter, is eigenlijk niet zo nieuw voor StatoilHydro. Als engineeringbedrijf in de gas- en olie-exploratie, heeft het al jarenlang ervaring opgedaan met drijvende constructies. Specifiek voor de drijvende windturbine greep het terug naar de traditionele techniek van vlotters, zoals die gebruikt worden voor olieplatformen of offshore verlading. “We hebben voortgeborduurd op onze 30-jarige ervaring in de Noorse wateren om dit innovatieve project te realiseren”, aldus Gunnar Myrebøe, verantwoordelijk voor’ Projects & Procurement’ in een persbericht.
De windturbine ligt op 220 meter diep verankerd. Siemens leverde de energie genererende eenheid van het project, met een capaciteit van 2,3 Megawatt (MW) en een rotordiameter van 82 meter. De windturbines kunnen geplaatst worden in water van 120 tot en met 700 meter diep. De elektriciteit wordt verplaatst via een onderzeese kabel.