Afvalverbranding

Een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) is een installatie die specifiek bestemd is voor het verbranden van afval. Bij het verbranden ontstaan ook schadelijke stoffen. Om die reden zijn de verbrandingsinstallaties uitgerust met uitgebreide rookgaszuiveringen bijvoorbeeld voor de verwijdering van zuren zoals waterstofchloride, waterstoffluoride, zwaveligzuur, stikstofoxides, stof en zware metalen zoals lood en kwik en organische stoffen zoals dioxines.

De warmte die vrijkomt bij de verbranding van het afval kan nuttig worden aangewend voor stadsverwarming, in de industrie of voor het opwekken van elektriciteit. Zo werkt de straatverlichting en de tram en de metro in Amsterdam op elektriciteit opgewekt uit het huishoudelijk restafval van deze stad. En in de nabije toekomst worden zo'n 15.000 woningen in Amsterdam Nieuw-West voorzien van warmte uit afval.

In afvalverbrandingsinstallaties wordt vaak ook biomassa meegestookt.

Niet al het afval is brandbaar. De restproducten, zoals vliegas en bodemas, worden gelukkig wel grotendeels nuttig toegepast. Een klein deel hoeft dan ook maar gestort te worden. Vliegas wordt bijvoorbeeld toegepast als vulstof in asfalt en bodemas wordt gebruikt als ophoogmateriaal in de wegenbouw. Uiteraard worden er extra maatregelen genomen om de verontreiniging die in de bodemas zit niet in de grond terecht te laten komen. Het wordt speciaal verpakt verwerkt. Het voordeel is dat dit een stuk goedkoper is dan ophogen met zand en we zijn meteen van de bodemas af!

Het Afval Energie Bedrijf (AEB) van de gemeente Amsterdam is bezig met een pilot om de bodemas verder schoon te maken zodat het zand en het granulaat gebruikt kunnen worden als bouwstof. Het zand kan bijvoorbeeld toegepast worden in kalkzandsteen en het granulaat in beton. Ook wint het AEB zout terug uit de reststoffen wat gebruikt kan worden voor het pekelen van gladde wegen in de winter.